Overzicht

Aantoonbaar bekwame gebruikers van medische technologie; zes uitdagingen voor 2016

04 januari 2016

(Laatst aangepast: 28-04-2016)

Aantoonbaar bekwame gebruikers van medische technologie; zes uitdagingen voor 2016

Opinie en interview

Scholing van medewerkers in de omgang met medische apparatuur is een voorwaarde voor het deskundig en verantwoord gebruik van medische technologie. Per 1 januari 2016 moeten alle gebruikers aantoonbaar bekwaam zijn conform het Toetsingskader van de Inspectie. Maar is iedereen al zover?

Inleiding


Ruim vier jaar geleden werd in het Convenant veilige toepassing van medische technologie in het ziekenhuis het volgende gesteld:

‘Het ziekenhuis heeft een procedure die leidt tot registratie van bevoegdheid en bekwaamheid van gebruikers om met de toegepaste hulpmiddelen zelfstandig handelingen te verrichten. Uit deze registratie blijkt ook wanneer herscholing noodzakelijk is om de bevoegdheid en bekwaamheid op het vereiste niveau te houden.’

Direct na het publiceren van het Convenant was er volstrekt geen consensus over hoe aan deze specifieke eisen gevolg te geven. Tijdens een presentatie over registratie van competenties in een digitaal systeem in het Verenigd Koninkrijk, op het EFOMP congres in Dublin in september 2011, werd door de Nederlandse aanwezigen nog lacherig gezegd dat die Engelsen toch wel waren doorgeschoten. Inmiddels is er - hopelijk - geen ziekenhuis in Nederland niet bezig met dit vraagstuk.

Maar ook vier jaar later is een landelijk eenduidige aanpak nog ver te zoeken. Recent is door NIVEL om de stand van zaken rondom bekwaamheid in kaart te brengen een vragenlijst rondgestuurd naar alle ziekenhuizen, waarin ook genoemd werd dat gebleken is dat veel ziekenhuizen moeite hebben met het implementeren van dit onderdeel van het convenant. Hieronder staan daarom zes praktische uitdagingen waar veel ziekenhuizen in 2016 nog voor staan.

Hoe gaan specialisten periodiek geschoold worden?

Volgens het Convenant dienen alle gebruikers van medische technologie aantoonbaar bekwaam te zijn in het gebruik ervan. Dit geldt voor alle gebruikersgroepen en dus ook voor medisch specialisten. Omdat het soort handelingen met medische technologie vaak per gebruikersgroep verschilt, moet bij het scholingsaanbod rekening gehouden worden met de specifieke eisen en wensen van de specialistische gebruikers. Daarnaast beschouwen sommige specialisten de omgang met apparatuur als iets dat ze intrinsiek beheersen vanwege hun lange opleidingstijd en de daarmee gepaard gaande blootstelling aan de apparatuur. Bovendien is er soms sprake van overlap met reeds bestaande bij- en nascholing op het niveau van de wetenschappelijke verenigingen.

Deze aspecten zorgen ervoor dat niet onder alle specialisten de nut en noodzaak van de nieuwe eisen is doorgedrongen en dat is een uitdaging voor ziekenhuizen om alsnog te bewerkstelligen.

Hoe verregaand moet het borgen van bekwaamheid zijn?

Niet aantoonbaar bekwaam betekent niet met medische technologie werken, daarover kan weinig discussie meer zijn. Maar over de praktische invulling daarvan kunnen de meningen behoorlijk verdeeld zijn.

  • Medische technologie heeft in het Convenant een grote reikwijdte; naast medische apparatuur vallen ook laboratoriumapparatuur, medische software en implantaten binnen de definitie. In de implementatie van het convenant zullen veel ziekenhuizen zich vooralsnog beperken tot de medische apparatuur.
  • Ook kunnen ziekenhuizen hun prioriteit stellen door eerst bekwaamheid voor de risicovolle apparatuur te borgen, of door de implementatie eerst alleen voor bepaalde groepen te voltooien.
  • Wordt toetsing een onderdeel van het scholen van medische apparatuur of is het volgen van scholing voldoende? Op een enkele apparaatsoort na (reanimatieapparatuur) zijn hier nog geen landelijke eisen aan gesteld. In theorie is het zelfs mogelijk om gebruikers zelf te laten verklaren of ze zichzelf bekwaam vinden en dat registreren, al kunnen daar vraagtekens bij geplaatst worden ten aanzien van de morele juistheid en de patiëntveiligheid.
  • Veel ziekenhuizen gebruiken risicoclassificering om de wijze van scholing en/of toetsing te bepalen. Er is echter geen vaste afspraak welke methode gebruikt wordt, zodat in de meeste ziekenhuizen net andere indelingen gangbaar zijn (3,4 of 5 niveaus) en net andere factoren worden gebruikt (wel of geen complexiteitscorrectie, toepassingsrisico, niveau gebruiker en aantal gebruikers), zodat er bij dezelfde apparatuur onderlinge verschillen in bekwaamheid kunnen ontstaan.

Hoe ambitieus wil het ziekenhuis zijn?

Er zullen altijd kwaliteitsverschillen tussen ziekenhuizen zijn, maar het is jammer dat door de interpretatieruimte die het convenant en/of de invulling van de Inspectie de ziekenhuizen laat, er nog meer verschillen ontstaan in hoe borgen van bekwaamheid geregeld wordt.

  • Het ziekenhuis kan, mits er een plan van aanpak is, nog lange tijd besteden aan het daadwerkelijk realiseren van de eisen.
  • Het ziekenhuis kan strenge of minder strenge uitgangspunten hanteren op het gebied van scholing, toetsing, zelfbeoordeling en scholingsduur.
  • Het ziekenhuis kan ervoor kiezen een generaal pardon voor bestaande apparatuur in te voeren en alleen bij nieuwe projecten volgens de nieuwe systematiek gaan werken.
  • Het ziekenhuis kan ervoor kiezen de business-as-usual te regelen en geen aandacht besteden aan complexiteitverhogende aspecten als nieuwe medewerkers en medewerkers die ook op een andere afdeling (gaan) werken.

Hoe wordt het LMS ingericht en trainingen georganiseerd?

Om aan de uitgangspunten van het beleid te kunnen voldoen, is een registratiemethode nodig die alle scholingsactiviteiten kan vastleggen. Het ligt voor de hand dat alle scholingsactiviteiten (en toetsing) centraal worden geregistreerd. De software die hiervoor geschikt is heet een leermanagementsysteem (LMS) en dient dan ziekenhuisbreed als standaard neergezet te worden. Een secundair papieren archief wordt afgeraden gezien het risico op hiaten over en weer. Idealiter kan in het LMS naast registratie ook het aanbieden van scholingsvormen plaatsvinden/gefaciliteerd worden (denk aan e-learning modules of links naar externe bronnen), maar dat is niet verplicht. Maar als het LMS er eenmaal is, dan zijn er nog vele variabelen, hieronder staan een paar uitgewerkt.

Variabele a: hoe wordt lesmateriaal aangeboden?
Het aanbieden van scholingsmiddelen kan op verschillende wijzen; een passieve of actieve manier. Bij de passieve aanpak wordt content in het LMS geladen, maar is het aan de gebruiker om de scholing op te zoeken, zich in te schrijven en de taak af te ronden. Bij de actieve manier wordt een gebruiker automatisch ingeschreven of tenminste gevraagd uit een aanbod van scholingsmomenten te kiezen.

Omdat de scholing van medische technologie vaak verbonden is met een aanschaftraject, is het logisch om in die situaties te kiezen voor de actieve manier. Immers, gebruikers mogen niet met de technologie werken als ze niet aantoonbaar bekwaam zijn. Ook bij nieuwe medewerkers is het de bedoeling dat de te volgen scholing actief wordt aangeboden, zodat het de medewerker duidelijk is wat nog afgerond moet worden alvorens met de apparatuur te kunnen werken.

Ten aanzien van bijscholing en de inhaalslag voor bestaande apparatuur lijkt het handig om de passieve aanpak te hanteren met een implementatieplanning, waarbij via voortgangsrapportages per afdeling gestuurd kan worden op de uitkomsten.

Variabele b: wat is de rol van Medische Technologie?
Van oudsher wordt veel training en scholing door de onderwijsafdeling (leerhuis) van ziekenhuizen georganiseerd, zo bijvoorbeeld ook de registratie van bekwaamheid in voorbehouden handelingen bij verpleegkundigen. Het lijkt voor de hand te liggen dat dit voor medische technologie ook zo wordt ingericht. Echter, de kennis over prioriteitstelling van scholing ligt bij de afdeling Medische Technologie en/of Klinische Fysica (en deels de afdelingen). Tevens zal content gecreëerd moeten worden door Medische Technologie of door leveranciers/derden via Medische Technologie.

Variabele c: wordt retrospectief bekwaamheid geregistreerd?
Bij veel afdelingen zal nog geen enkele registratie aanwezig zijn en dient het systeem werkenderwijs gevuld te gaan worden. Bij andere afdelingen dient een inventarisatie gedaan te worden van de reeds decentraal geregistreerde bekwaamheden. Deze kunnen dan overgezet worden naar het LMS en voortaan vanuit daar beheerd en bijgewerkt te worden. Voor deze beheerstaken is formatie nodig die er in veel ziekenhuizen nog niet was.

Hoe worden nieuwe medewerkers en herscholing georganiseerd?

De meest efficiënte wijze van het organiseren van scholing is natuurlijk sessies met grote groepen of via e-learning. In de praktijk is er een aanzienlijk verloop in het aantal medewerkers die met de apparatuur werken, dus die moeten buiten de standaard scholingsmomenten om toch hun bekwaamheid zien te verkrijgen. Deze groep moet scholing krijgen, nog los van de vraag of ze als nieuwe medewerkers als ‘nog niet bekwaam’ tevoorschijn komen in het LMS en daarmee in het zicht komen van managers. Dit zou dit idealiter niet nodig zijn als bekwaamheideisen in de vezels van de organisatie zouden zitten.

In sommige ziekenhuizen wordt op de eerste werkdag naast introductie met het ziekenhuis en de ziekenhuissystemen ook al een scholingsmoment gepland om apparatuurbekwaamheid te borgen. Ervan uitgaande dat het uitgangspunt blijft ‘niet bekwaam is niet werken met apparatuur’ is een dergelijk scholingsmoment direct aan het begin van het dienstverband erg goed, want zodoende kan een medewerker direct daarna volwaardig worden ingezet.

Wordt ook de vergeten groep (aios/anios) meegenomen?

Er is geen onderscheid tussen artsen, verpleegkundigen en andere gebruikers van medische technologie ten aanzien van het moeten voldoen aan de bekwaamheidseisen. En met artsen worden niet alleen de specialisten bedoeld, maar natuurlijk ook de artsen, al dan niet in opleiding, tot specialist. Deze groep heeft een zeer divers ervaringsniveau en afhankelijk van hun opleidingssituatie een lange of korte verblijftijd bij een afdeling die ervoor zorgt dat ze niet eenvoudig in een hokje te plaatsen zijn. Bij een korte stage is het opleidingsklimaat soms ondergeschikt aan het direct inzetbaar zijn voor patiëntenzorg, met alle risico’s van dien. Daarom verdient ook de groep arts-assistenten een plek in het plan van aanpak om alle gebruikers van medische technologie aantoonbaar bekwaam te maken.

Toon alle referenties

Auteur