Overzicht

Gehoor en arbeid: gehoorschade door lawaai op het werk

05 januari 2015

(Laatst aangepast: 28-08-2016)

Gehoor en arbeid: gehoorschade door lawaai op het werk

Artikelen

Wanneer werknemers regelmatig blootstaan aan lawaai kan onherstelbare gehoorschade ontstaan. Ook kan blootstelling aan lawaai leiden tot gevoelens van stress en een verhoogd risico op arbeidsongevallen.

Inleiding

De kritieke grens voor het ontwikkelen van ge­hoorschade ligt bij 80 dB(A). Langdurige blootstelling aan geluid boven 80 dB(A) leidt na jaren tot blij­vende gehoorbeschadiging. De meest opvallende feiten zijn:

  • Lawaaislechthorendheid is de meest frequent gemelde beroepsziekte in Nederland (2006-2013).
  • Uit de sectoren bouwnijverheid en industrie komen de meeste meldingen.
  • In Nederland staan ~ 700.000 mensen (= 9 % van de beroepsbevolking) bloot aan schadelijk geluid.
  • Slechthorendheid levert bij ~ 200.000 werknemers problemen op bij het functioneren op het werk.
  • Bij 45-65 jarigen komt deze problematiek drie keer vaker voor dan bij 20-40 jarigen.

Of lawaai op het werk het niveau van 80 dB(A) overschrijdt kan alleen met speciale meetapparatuur nauwkeurig worden vast­gesteld. Wanneer een werknemer echter hard moet praten om te kunnen com­mu­niceren op een normale gespreksafstand (circa een meter), mag er van wor­den uitgegaan dat het geluid schadelijk is. Gehoorbescherming is verplicht wanneer het geluidniveau de 85 dB(A) over­stijgt. Boven de 80 dB(A) dient een werkgever in ieder geval beschermende middelen ter beschikking te stellen.

Lawaai kan directe schade aan het gehoor veroorzaken mits hard genoeg (>110 dB(A)). Impulsgeluid kan acute gehoorbeschadiging geven, soms zelfs een barotrauma zoals een geperforeerd trommelvlies (plot­selinge drukverschillen, geluidniveaus boven 135 dB(A), zoals een vuurwerkknal dichtbij het oor, pis­tool-, geweer- of kanonschoten). Daarnaast kan langdurige blootstelling aan lawaai (>80dB(A)) naast doofheid, verminderd horen en oorsuizingen ook andere klachten tot gevolg hebben, zoals concentratie­problemen, (psychische) vermoeidheid, duizeligheid en neerslachtigheid. Verder kunnen stress, bloed­drukverhoging en hartritmeafwijkingen het gevolg zijn. Achtergrondgeruis tot 80 dB(A) kan soms leiden tot vermoeidheid en concentratieproblemen.

 

Bijzondere aspecten beroepsslechthorendheid

  • Het blijkt dat 31% van alle werknemers in Nederland soms (21%) of regelmatig (10%) hard moet pra­ten, om zich verstaanbaar te maken (inventarisatie NEA 2005).
  • Mannen werken beduidend vaker in lawaaiige omstandigheden dan vrouwen, 70% van de werkne­mers die soms of regelmatig daaraan wordt blootgesteld is man.
  • De Industrie en de Bouwnijverheid zijn koplopers voor wat betreft blootstelling van werknemers aan la­waai.
  • Van de werknemers die aangeven regelmatig bloot te staan aan schadelijk geluid, draagt slechts 47% regelma­tig of soms gehoorbescherming. De dis­cipline van werknemers om gehoorbescherming te dragen lijkt aan weinig verandering onder­hevig.
  • Van de werknemers (in alle risicosectoren) die regelmatig onder lawaaiige omstandigheden werken ge­bruikt gemiddeld genomen meer dan 80% van de werknemers gehoorbeschermers.
  • Het gebruik van gehoorbeschermers blijft iets achter in het Vervoer door de lucht en over water, de Voe­dings- en Genotsmiddelenindustrie en de Milieudienstverlening.
  • Het blijkt dat de mate van herstelbehoefte, een indicator voor werkstress, toeneemt naarmate een werk­nemer meer aan lawaai blootstaat.
  • Het aantal arbeidsongevallen neemt toe met de mate van blootstelling aan lawaai. Het is aannemelijk dat werknemers die veel lawaai melden, ook vaker onder potentieel gevaarlijke omstandigheden werken. De vraag is in hoeverre beperkingen in de mogelijk­heden tot communicatie, als gevolg van de lawaai­ige omstandigheden, een rol spelen bij het optreden van arbeidsongevallen.
  • Communicatiestoornissen (o.a. slechthorendheid) “kosten” ons 2,5% van het “Bruto Nationaal Product” BNP (Ruben 2000).

Andere factoren die op èn buiten het werk gehoorbeschadiging kunnen opleveren

  • Sommige medicijnen kunnen leiden tot gehoorbeschadiging
  • Blootstelling aan een verlaagde luchtdruk kan een veelal tijdelijke gehoorbeschadiging geven
  • Er zijn sterke aanwijzingen dat blootstelling aan stoffen zoals organische oplosmiddelen in combina­tie met lawaai leiden tot versterking van het beschadigende effect op het gehoor
  • Daarnaast neemt de lawaaiblootstelling buiten het werk toe (hobby‘s en uitgaan)

Tabel 1BOVEN) Beroepen met risico op gehoorschade door lawaai en ONDER) Aantal meldingen van beroepsslechthorendheid in de afgelopen 10 jaar

Figuur 1In de bouw en bij muzikanten komt gehoorschade dikwijls voor

Tabel 2Overzicht van functieonderzoeken

Tabel 3

Wettelijke maatregelen volgens het Arbobesluit

Bij blootstelling > 80 dB(A) en < 85 dB(A) gedurende een hele werkdag(Leq = gemiddelde niveau)

  • Geluidsbeoordeling (dosimetrie)
  • Beschikbaar stellen van gehoorbescherming
  • Periodieke audiometrie (eenmaal per 4 jaar), bij afwijkingen > 20 dB (gemiddeld) doorverwijzing
  • Voorlichting

Bij blootstelling > 85 dB(A) gedurende een hele werkdag(Leq

  • Geluidsbeoordeling (dosimetrie)
  • Verplicht gebruik gehoorbescherming (werkgever moet erop toezien dat werknemer dit toepast)
  • Periodieke audiometrie (eenmaal per 2 jaar), bij afwijkingen > 20 dB (gemiddeld) doorverwijzing
  • Risico-inventarisatie en evaluatie: i.e. plan van aanpak en uitvoering (bekendheid geven aan specifiek op het bedrijf gericht gehoorbeschermingsprogramma)
  • Markering van lawaaiige werkplekken met pictogrammen

Bij blootstelling > 87 dB(A) gedurende een hele werkdag(Leq)

  • Als met inbegrip van de dempende werking van gehoorbescherming dit niveau wordt overschreden, dan moeten er maatregelen genomen worden om onder dit niveau te komen, zie verder > 85 dB(A).

Anamnese voorafgaande aan (screenings)audiometrie in bedrijven

  1. Vraag naar oor- of gehoorklachten en eventuele behandelingen in het verleden
  2. Vraag naar klachten met betrekking tot gehoorschade:
  • meer moeite met horen
  • meer last van oorsuizen
  • meer moeite met voeren van dialoog in rumoerige ruimte
  • meer moeite met voeren van dialoog in rustige ruimte
  1. vraag naar blootstelling aan lawaai sinds vorige audiogram
  2. vraag naar gebruik van persoonlijke gehoorbeschermingsmiddelen:
  • wijze van gebruik
  • frequentie van gebruik
  • comfort van gebruik
  1. vraag naar expositie aan lawaai vóór audiometrie
  2. vraag naar hobby’s met lawaaibelasting
  3. vraag of bij deze hobby’s ook persoonlijke gehoorbeschermingsmiddelen worden gedragen
  4. vraag naar blootstelling aan ototoxische stoffen in werk of hobby
  5. bij vrouwen: vraag naar zwangerschap

Er worden in België en Nederland proeven gedaan om d.m.v. het meten van oto-akoestische emissies (OAE’s, jaarlijkse meting), eerder dan met de reguliere toonaudiometrie, gehoorafwijkingen op te sporen (subjectieve variatie) waardoor sneller maatregelen genomen kunnen worden (extra gehoorbescherming, doorverwijzing). Hearing Coach timmert hiermee aan de weg, maar maakt overdreven gewag van verlies aan binnenoorhaarcellen wat bijvoorbeeld bij mu­sici enorme schrikeffecten teweeg brengt. OAE’s kunnen in een vroeg stadium afwijkingen aantonen, maar het is nog lang niet duidelijk in hoeverre OAE’s maatgevend zijn voor de gradatie van gehoorverlies. Screening d.m.v. OAE’s is OK.

Aandachtspunten voor de betrouwbare uitvoering van (screenings)audiometrie in bedrijven

  • Meet in een zoveel mogelijk geluidsarme ruimte.
  • De audiometer moet voldoen aan technische eisen conform IEC standaard publicatie 645 voor audiome­ters.
  • De audiometer moet jaarlijks worden geijkt.
  • De audiometer moet schoon zijn.
  • Plaats de te onderzoeken persoon zodanig dat de handelingen van de onderzoeker niet zichtbaar zijn.
  • Laat de te onderzoeken persoon bril en oorbellen afdoen.
  • Geef duidelijke instructies.
  • Volg het protocol met betrekking tot het aanbieden van frequenties en geluidssterkte. Maak een oc­taaf audiogram, boven de 1000 Hz in halve octaven.
  • Het bepalen van beengeleiding in de bedrijfsaudiometrie is obsoleet.
  • Let op: een tijdelijk effect van gehoorbeschadiging is meestal een dag later niet meer meetbaar.
  • Bewaar het audiogram en het advies gedurende 10 jaar (wettelijke bewaarplicht).
  • De gegevens mogen niet tot de persoon herleidbaar aan de werkgever worden doorgegeven.

Preventiemaatregelen tegen gehoorschade door lawaai

  • Andere werkmethode die minder lawaai veroorzaakt.
  • Aanschaf van geluidsarme bouwmachines.
  • Omkasting van de geluidsbron.
  • Maatregelen aan de geluidsbron (geluiddempers, nozzels).
  • Goed onderhoud van machines en gereedschap.
  • Markering van werkplekken waar hoge lawaainiveaus zijn.
  • Taakroulatie.
  • Regelmatig pauzes nemen.
  • Gehoorbeschermingsmiddelen.

Strategische aanpak voor het realiseren van geluidreductie(voorbeelden)

  • Constructieve maatregelen aan de bron, bijv. schuine vertanding i.p.v. rechte vertanding, andere materi­alen in de aandrijving of voor leidingen, andere opstelling van de bron, etc.
  • Maatregelen nabij de bron, bv. aanzuig- en afblaasdempers, omkastingen, kappen, leidingisolatie, etc.
  • Maatregelen binnen de ruimte, bijv. absorberende wanden en plafonds, baffels, etc.
  • Maatregelen nabij de persoon, bijv. geluidscherm, geïsoleerde bedieningsruimte, etc.
  • Maatregelen “aan” de persoon, bijv. persoonlijke gehoorbescherming, beperking van de blootstellings­tijd, rouleren van werkzaamheden, etc.

Bij het kiezen van gehoorbeschermingsmiddelen zijn de onderstaande punten van belang

  • Hoe comfortabel vindt de werknemer een bepaald gehoorbeschermingsmiddel?
  • Hoeveel decibel moet het middel reduceren om er zeker van te zijn dat er geen gehoorbeschadiging meer kan optreden?
  • Hoe vaak moet een gehoorbeschermingsmiddel gedragen worden (af en toe of de hele dag)?
  • Hoe hygiënisch is het gehoorbeschermingsmiddel?
  • Wat zijn de aanschafkosten?
  • Was is de duurzaamheid van het gehoorbeschermingsmiddel?

Eigenschappen van persoonlijke gehoorbeschermingsmiddelen

Earplugs (oordopjes)

Earplugs zijn gemaakt van geïmpregneerd schuimplastic. Daardoor hebben ze de eigenschap dat ze langzaam uitzetten, na te zijn ingedrukt. Ze zijn comfortabel en bieden een goede bescherming, mits goed aangebracht. Earplugs zijn vaak voor eenmalig gebruik gemaakt. Dempingwaarde: 10-20 dB.

Otoplastieken

Otoplastieken zijn doorgaans van transparante kunststof. Ze worden persoonlijk aangemeten met behulp van een exacte afdruk van de gehoorgang. Een otoplastiek sluit de gehoorgang af zonder op de wand van de gehoorgang te drukken. Otoplastieken zijn duur in aanschaf maar zeer comfortabel en gaan lang mee, meestal ongeveer twee jaar. Bij de aanschaf dient het gewenste dempingniveau opgegeven te worden. Bovendien kunnen er frequentiefilters in aangebracht worden, afhankelijk van de aard van de lawaaiblootstelling. Indien gewenst kunnen ze worden voorzien van een audiosysteem voor muziek of communicatie (monitorfunctie: “in-ear”). Dempingwaarde: 20-30 dB.

Oorkappen

De oordopjes en otoplastieken zorgen ervoor dat de gehoorgang 'geblokkeerd' wordt, terwijl de oorkap het gehele oor omsluit. Oorkappen bestaan uit twee kappen die zijn verbonden door een verstelbare beugel. Oorkappen zijn bij langdurig gebruik minder comfortabel. Het comfort kan verhoogd worden door het toepassen van speciale bekleding pats op de kappen. Ook kappen kunnen worden voorzien van een audiosysteem voor muziek of communicatie (monitorfunctie). Dempingwaarde: 25-35 dB.

Indien nodig kunnen oorkap en oordopjes of otoplastieken gecombineerd worden (“optelling” van demping).

 

Gehoorrevalidatie

 Optimale gehoorrevalidatie bij slechthorende werknemers is het beantwoorden van de vragen:

  • Hoe kunnen, gegeven het gehoorverlies, de auditieve mogelijkheden zo goed mogelijk benut worden, eventueel na aanpassing van technische hulpmiddelen?
  • Is het verantwoord dat een werknemer, gegeven het gehoorverlies, zijn functie blijft uitoefenen?
  • Is er een relatie tussen vermoeidheid op het werk en slechthorendheid?
  • Welke aanpassingen op de werkplek zijn nodig ter preventie van problemen en voor optimale re-integratie?

Om een idee te krijgen welke auditieve mogelijkheden er zijn om auditieve taken goed uit te kunnen voeren moeten bij een werknemer de specifiek van belang zijnde “hoor”factoren in kaart gebracht worden: 

Belangrijkste “hoor”factoren zijn:

  • Horen van geluiden
  • Herkennen en onderscheiden van geluiden
  • Verstaan van spraak in stilte
  • Verstaan van spraak in rumoer
  • Lokaliseren van geluiden
  • Hinder ervaren van harde geluiden (hyperacusis)

Het Expertisecentrum Gehoor & Arbeid (zie www.gehoorenarbeid.nl, samenwerking van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten en het Coronel Instituut van de UvA met de Audiologische Centra van AMC, VUMC en LUMC) heeft voor alle audiologische cen­tra tests ontwikkeld die speciaal bedoeld zijn om bovenstaande “hoor”f actoren goed in kaart te brengen:

Uiteraard behoren allerlei hoor-hulpmiddelen voor slechthorende werknemers tot de in te zetten mogelijkheden om auditieve taken goed te kunnen uitvoeren.

Compacte opsomming van hoor-hulpmiddelen voor slechthorende werknemers

  • Hoortoestellen, met bijzondere functies, zoals richting gevoelige microfoon, onderdrukking van feed­back en van achtergrondruis, verschillende luisterprogramma’s passend bij de verschillende akoestische omstandigheden; bij asymmetrische gehoorverliezen eventueel hoortoestellen in CROS of biCROS uitvoering.
  • Solo-apparatuur voor het verstaan van spraak in rumoerige omgeving door rechtstreeks draadloos con­tact met de spreker.
  • Infrarood-, FM-, BT- en ringleidingapparatuur, meestal in combinatie met het hoortoestel in gebruik, voor de ontvangst van gesprekken en signalen die via audiosystemen ten gehore gebracht worden.
  • Apparatuur voor alarmering of signalering, zoals wek- en waarschuwingssystemen, niet alleen voor thuis maar ook voor de werkplek.

Een zeer uitvoerig overzicht van al deze apparatuur is te vinden op www.hoorwijzer.nl (“hoor-hulpmiddelen”, site van NVVS) en op www.oorakel.nl (“hulpmiddelen”, site van Kentalis).

Problemen die een slechthorende werknemer moet leren hanteren zijn:

  • Omgaan met vermoeidheid en de gevolgen daarvan, zoals concentratieverlies, prikkelbaarheid, vermin­derde opnamecapaciteit, verminderd geheugen.
  • Gevoelens van schaamte, angst, eenzaamheid en onzekerheid hanteren
  • Gemaakte fouten onder ogen zien.
  • Situaties met misverstanden en verwarring het hoofd bieden.
  • Werken met onwillige collega's of bazen.
  • Ten onrechte als dom beschouwd worden.

Factoren die van belang zijn om slechthorende werknemers “goed aan het werk te hebben & houden”

  • Goede informatie over hoor-hulpmiddelen en over vergoedingen.
  • Communiceren over de betekenis van het hoor-probleem met collega's.
  • Vermogen om zelf om te gaan met het hoor-probleem, zelfacceptatie, het vermogen om assertief te zijn.
  • Ondersteuning van deskundigen bij de inzet van beschikbare hoor-hulpmiddelen & rechten van werkne­mers.
  • Beschikbaarheid en vergoeding van hoor-hulpmiddelen om goed te kunnen communiceren.
  • Begrip van collega's en leidinggevenden (extra “hoor”-inspanningen kunnen leiden tot psychische vermoeid­heid).
  • Acceptatie vanuit de samenleving.
  • Nemen van verantwoordelijkheid door de leidinggevende.
  • Professionaliseren van verstrekkers van hoor-hulpmiddelen.

Voor een slechthorende werknemer liggen er volop uitdagingen in werksituaties(ref. G&A, A’dam)

  • Inzicht krijgen door welke situaties vermoeidheid ontstaat.
  • Eigen grenzen wat betreft vermoeidheid leren kennen en verdedigen.
  • Het gevoel van eigenwaarde hervinden of behouden, en uitdragen.
  • Onderscheid maken tussen lastige en onmogelijke situaties.
  • Handigheid krijgen in het hanteren van lastige situaties.
  • Oplossingen zoeken voor onmogelijkheden.
  • Leren vragen om hulp.
  • Angst en paniek delen (met collega’s of baas) en de baas blijven.
  • De omgeving op een prettige manier van de juiste (objectieve) informatie over slechthorendheid voorzien.
  • De omgeving op een niet-zeurderige of slachtofferige manier op de hoogte houden van problemen met het ei­gen functioneren.
  • Onwillige collega's of bazen motiveren om samen te zoeken naar oplossingen en aanpassingen.
  • Andere manieren zoeken voor gezelligheid en sociale contacten.

Voor de hulpverlener en de werkgever, maar ook voor de slechthorende werknemer is het zaak in de gaten te hebben dat er gaandeweg allerlei goed herkenbare ingeslopen maniertjes zijn die op een negatieve manier veel energie vreten en meestal door misverstanden de oorzaak zijn van vermoeidheid en irritatie.

Camouflage-manieren die op een negatieve manier veel energie vreten(ref. G&A)

  • Vaag blijven.
  • In het midden laten of je iets begrepen hebt of niet.
  • Veilige, maar nietszeggende zinnen te berde brengen.
  • Vriendelijk ja en nee tegelijk knikken.
  • Hummen, glimlachen.
  • Aan het woord blijven (dan hoef je niet te luisteren), monologen houden.
  • Op een ander onderwerp overstappen (dan heb je greep op het gesprek).
  • De leiding in het gesprek nemen.
  • De aandacht van het onderwerp afleiden.
  • Grappen en grollen maken, verhalen vertellen.
  • Oneliners poneren.
  • Wegkijken, weglopen.
  • Een opmerking maken over wat je ziet, in plaats van over wat je hoort.
  • Fouten wegpraten, wegmoffelen.
  • Gokken.
  • Bedekt navraag doen.
  • Het gemiste in schriftelijke bronnen nazoeken.
  • Wachten op de notulen.
  • Koptelefoon (muziek of anti-lawaai) opzetten (als excuus).
  • Op het puntje van de stoel zitten (letterlijk en figuurlijk) om alles maar te kunnen volgen.

Organisaties die slechthorenden en doven helpen bij problemen op het werk of het vinden van werk

Het gaat dan veelal om:

  • Re-integratie en job coaching, beginnend met assessment (onderzoek, soms ook ana­lyse van de werkplek).
  • Toeleiding naar werk (d.m.v. scholing en training, cursussen en opleidingen).
  • Bege­leiding en bemiddeling bij het zoeken naar en vinden van werk (sociale intake en behandeling).
  • Het realiseren van werkplekaanpassingen en aanpassing van arbeidsom­standigheden.
  • Begeleiding op het werk en bij de ontwikkeling van de loopbaan (intensieve, psychosociale nazorg).

Deze zorg c.q. hulp wordt vaak in samenwerking met het UWV (bijv. UWV Werkbedrijf, voorheen Centrum voor Werk en Inkomen, zie www.werk.nl), arbodiensten, en gemeentelijke sociale diensten, aangeboden, gecombineerd met vergoedingen door ziektekostenverzekeringen (voor hoortoestellen en overige hoor-hulpmiddelen):

  • FENAC, AC’s: www.fenac.nl, conform protocol Arboaudiologische zorg (standaard & gespecialiseerd).
  • Werkpad (Kentalis): www.werkpad.nl, voorheen Bureau Arbeid & FAMA, gericht op heel Nederland.
  • GGDM: www.ggmd.nl, voorheen bureau DDS, hoofdkantoor in Gouda, gericht op heel Nederland.
  • Voorzet Nederland, www.voorzet.nl, Haarlem (gericht op heel Nederland, vanuit centra voor autisme).
  • Pro Persona (voorheen Psydon), www.propersona.nl, m.n. juridisch, sociale vaardigheid, assertiviteit; Noord-Holland, Flevoland.
  • Quality Coaching, www.qualitycoaching.nl, begeleid werken; Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel.
  • Opus A, Afrikaring 27, 3823 CG Amersfoort, gericht op ruime omgeving van Eemland.

Voor eventuele coaching en werkplekaanpassingen, bijv. (electro-)akoestische en technische adviezen zijn de volgende organisaties actief:

 

[1] VS Chan et al, Occupational hearing loss: screening with distortion-product oto-acoustic emissions. Int J Audiol 2004, 43:323-9.

[2] WA Dreschler et al, Preventie van lawaaischade: nieuwe ontwikkelingen binnen een bekend thema. T Bedr Verz Gen 2008; 16(4):164-8.

[3] WA Dreschler et al, Oplossen van werkproblemen bij slechthorenden. SIG-rapportage. Gehoor & Arbeid, Amsterdam, december 2009.

[4] FENAC brochure voor slechthorende werknemers. Slechthorendheid en werk. FENAC, Utrecht, april 2007.

[5] ST Goverts et al, Protocol Arboudiologische Zorg, FENAC, Utrecht, februari 2009.

[6] DB Kirchner et al, Occupational noise-induced hearing loss. J Occ Env Med 2012, 54(1):106-8.

[7] SE Kramer, Hearing impairment, work, and vocational enablement. Int J Audiol 2008, 47: S124-30.

[8] MM Metidieri et al, Noise-induced hearing loss: literature review with a focus occupational medicine. Int Arch Otorhinolaryngol 2013, 17(2):208-12.

[9] N Nauta N et al, Slechthorendheid en werk. Huisarts en wetenschap 2007; 50(2):72-4.

[10] DI Nelson et al, The global burden of occupational noise-induced hearing loss. Am J Industr Med 2005, 48:446-58.

[11] RJ Ruben, Redefining the survival of the fittest: communication disorders in the 21st century. Laryngoscope 2000, 110:241.

[12] E Schneider, Noise in figures. European Agency for Safety and Health at Work. ISBN 92-9191-150-X. Bilbao, 2005, 1-122

[13] M Sliwinska-Kowalska et al, Noise-induced hearing loss. Noise Health 2012, 14(61): 274-80.

[14] W Soede, Akoestiek, lawaai, muziek & gehoorbescherming, FIDA-seminar, 2004.

[15] B Sorgdrager, Gehoorschade, een klassieke beroepsziekte. T Verg Pers Schade 2003, 6:16-8.

[16] B Sorgdrager et al. Multidisciplinaire richtlijn preventie van beroepsslechthorendheid (inclusief achtergronddocument). NVAB (www.nvab-online.nl), Utrecht, 2006.

[17] B Sorgdrager et al, Auditieve eisen en functietesten.

[18] T Bedr Verz Gen 2006, 14(6):275-7.

[19] EZ Stucken, Noise-induced hearing loss: an occupational medicine perspective. Curr Opin Otolaryngol Head Neck Surg 2014, 22(5):388-93.

[20] JH Verbeek et al, Interventions to prevent occupational noise-induced hearing loss: a Cochrane systematic review. Int J Audiol 2014, 53(S2):S84-96.

[21] ANH Weel, Slechthorendheid in en door het werk. BSvL. ISBN 9 7890 313 8434 3. Houten, 2007

Toon alle referenties

Auteur