Terug

Veilig gebruik van medische hulpmiddelen in Nederlandse ziekenhuizen
Petra Porte

28 oktober 2020

(Laatst aangepast: 24-10-2020)

Veilig gebruik van medische hulpmiddelen in Nederlandse ziekenhuizen

Publicaties

Er komen steeds meer medische hulpmiddelen in het ziekenhuis. Mijn onderzoek heeft laten zien dat bij 99% van de patiënten die worden opgenomen in het ziekenhuis een medische hulpmiddel wordt gebruikt. De grote opkomst van medische hulpmiddelen heeft er voor gezorgd dat er ook meer incidenten gebeuren met medische hulpmiddelen. Om ziekenhuizen te helpen met het verkleinen van risico’s is in 2011 het convenant ‘veilige toepassing van medische technologie in het ziekenhuis’ geschreven. Dit is gebaseerd op drie elementen; een veilig product in de handen van een getrainde gebruiker in een omgeving waarin het veilig gebruikt kan worden. In mijn proefschrift heb ik vooral gekeken naar de getrainde gebruiker. Het is belangrijk om onderzoek te doen naar het veilig gebruik van medische hulpmiddelen, omdat we niet goed weten hoe veilig of onveilig medische hulpmiddelen zijn en gebruikt worden. Ik heb in mijn onderzoek naar twee dingen gekeken. Als eerste hoe veilig medische hulpmiddelen zijn en hoe we de veiligheid kunnen verbeteren. En als tweede naar de scholing en toetsing die de gebruikers krijgen rondom medische hulpmiddelen.

Het proefschrift bestaat uit vijf artikelen waarbij verschillende onderzoeksmethoden zijn gebruikt. Met een dossieronderzoek in Nederlandse ziekenhuizen is gekeken naar de zorggerelateerde schade rondom medische hulpmiddelen. Daarnaast is een vragenlijst uitgestuurd naar alle Nederlandse ziekenhuizen om inzicht te krijgen in de implementatie van het convenant medische technologie. Hiervoor zijn ook bij een aantal ziekenhuis interviews gehouden. Er zijn ook interviews gehouden met medisch specialisten om hen te vragen naar hun mening rondom bekwaamheid, bekwaamheidseisen en bekwaamheidstoetsen. Bij verpleegkundigen is dit in een vragenlijst gevraagd die onderdeel was van een bekwaamheidstoets voor infuuspompen. Deze bekwaamheidstoets was in samenwerking met een toetsexpert ontwikkeld aan de hand van eerder opgestelde bekwaamheidseisen.

 

 

In het dossieronderzoek is gekeken naar zorggerelateerde schade. Zorggerelateerde schade is onbedoelde schade aan de patiënt die wordt veroorzaakt door de zorg en niet door de ziekte van de patiënt. In 2.8% van de opnames kregen patiënten te maken met zorggerelateerde schade gerelateerd aan medische hulpmiddelen. In 24% van de gevallen was deze schade mogelijk te voorkomen geweest. Het gaat het vaakst mis bij implantaten, zowel botimplantaten als implantaten in en rond het hart. Uit eerder onderzoek bleek dat zorggerelateerde schade vaak ontstaat door menselijke oorzaken en we hebben in het vervolgonderzoek gekeken naar hoe ziekenhuizen hiermee omgaan. We hebben gevonden dat ziekenhuizen scholing en toetsing voor medische hulpmiddelen organiseren afhankelijk van de risico’s van het hulpmiddel. Om het risico in te schatten kijken ze vooral naar de functie van het hulpmiddel, de ernst van eventuele zorggerelateerde schade en de hoeveelheid die een hulpmiddel gebruikt wordt. Als het risico van een hulpmiddel hoger is, dan kiest het ziekenhuis er vaker voor om theoretische scholing of praktijktraining te geven en wordt er vaker door middel van een toets gekeken of de zorgverlener het hulpmiddel veilig kan gebruiken.

 

Een nadeel van trainen van het zorgpersoneel is dat het veel tijd kost, waardoor wij ervoor gekozen hebben om onderzoek te doen naar een andere methode. Door eerst met een toets te kijken of iemand extra training nodig heeft en alleen die training te geven die nodig is. Om te kijken of dit mogelijk is hebben wij een toets ontwikkeld voor infuuspompen. Samen met verpleegkundigen hebben we gekeken wat een verpleegkundige moet weten om veilig met een infuuspomp te kunnen werken. Aan de hand van deze eisen hebben we een toets ontwikkeld. 226 verpleegkundigen met verschillen in het aantal jaar werkervaring hebben deze toets gemaakt. Hieruit bleek dat zo’n toets in de praktijk kan werken om te bepalen of iemand extra training nodig heeft. De verpleegkundigen zijn het ermee eens dat een dergelijke toets gehaald moet worden voordat met een infuuspomp gewerkt mag worden en dat de gezondheidszorg veiliger wordt als dit soort toetsen gemaakt moeten worden.

 

We hebben ook aan medisch specialisten gevraagd hoe zij denken over toetsen die bepalen of iemand veilig met een hulpmiddel kan werken. We hebben hier als voorbeeld elektrochirurgie genomen, omdat dit een risicovol hulpmiddel is die door veel verschillende medisch specialisten wordt gebruikt. De medisch specialisten die wij hebben geïnterviewd staan positief tegenover eisen waarin staat wat ze moeten weten en kunnen. Het idee van toetsen zien ze niet zitten, zeker niet het idee van het toetsen voor één hulpmiddel. Ze kunnen het zich wel voorstellen dat er wordt meegekeken of ze een bepaalde behandeling goed uitvoeren, waarbij de hulpmiddelen een onderdeel zijn van de behandeling.

 

 

Voor ziekenhuizen ligt een grote uitdaging in het trainen en toetsen van het zorgpersoneel. Zij moeten namelijk kunnen laten zien welke zorgverlener welk hulpmiddel gebruikt en kunnen bewijzen dat de zorgverlener dit op een veilige manier kan gebruiken. In de tijd dat we dit onderzoek deden, inmiddels vier jaar geleden, hadden nog niet alle ziekenhuizen dit op orde. Er was een opvallend verschil tussen de regels voor verpleegkundigen en medisch specialisten. Verpleegkundigen hadden in 80% van de ziekenhuizen training en toetsing, voor medisch specialisten gebeurde dit slechts in 30% van de ziekenhuizen. Het zou goed kunnen dat dit komt omdat het voor medisch specialisten lastiger is om dit te regelen aangezien zij hier negatiever tegenover staan.

Mijn proefschrift heeft laten zien dat medische hulpmiddelen een risico kunnen zijn voor patiënten. Maar het niet hebben van hulpmiddelen is misschien nog wel een groter risico, omdat behandelingen dan niet of minder goed uitgevoerd kunnen worden. Er moet dan wel gekeken worden of de risico’s over het algeheel kleiner worden en hoe de risico’s zoveel mogelijk beperkt kunnen worden. Trainen en toetsen van de zorgverleners zou hierbij kunnen helpen, maar het nadeel hiervan is dat dit veel tijd kost die niet aan patiëntenzorg besteed kan worden. Uit mijn proefschrift komen vier aanbevelingen naar voren. De eerste is om de zichtbaarheid van de risico’s te verhogen. Als zorgverleners weten hoe groot en wat de risico’s zijn, zijn ze zich hier bewuster van waardoor andere keuzes worden gemaakt die minder risico’s met zich meebrengen. De tweede aanbeveling is om meer inzicht te krijgen in de oorzaken van zorggerelateerde schade met medische hulpmiddelen. We hebben nu gekeken naar een menselijke oorzaak, maar het zou ook kunnen komen door een samenspel tussen mens en hulpmiddel. Het anders ontwerpen van het hulpmiddel of het gebruiken van andere soorten alarmsignalen zou dan het risico kunnen verlagen. De derde aanbeveling is om te kijken naar andere methodes die bepalen of een zorgverlener een hulpmiddel veilig kan gebruiken. Zo zou je ervoor kunnen kiezen dat een zorgverlener voor een specifiek aantal hulpmiddelen wordt getraind in plaats van alle zorgverleners voor veel verschillende hulpmiddelen te trainen. Mijn laatste aanbeveling is om hulpmiddelen zo te ontwikkelen en in te zetten dat ze de veiligheid verhogen. Met de huidige technieken is er steeds meer mogelijk in het ontwikkelen van slimme hulpmiddelen. Zo zijn er programma’s die medisch specialisten kunnen helpen bij het stellen van diagnoses. Daarnaast zouden slimme technieken gebruikt kunnen worden om apparaten automatisch in te stellen op de kenmerken van elke patiënt. De ontwikkelingen op deze gebieden gaan snel dus het is de moeite waard om te kijken wat dit doet voor de veiligheid van de patiënt.

Porte, P.J.; Safe use of medical devices in Dutch hospitals. 2019.

https://nivel.nl/nl/publicatie/safe-use-medical-devices-dutch-hospitals

Toon alle referenties

Auteur