Overzicht

Minor Zorgtechnologie: Design to Care

16 september 2016

(Laatst aangepast: 23-09-2016)

Minor Zorgtechnologie: Design to Care

Overzichtsartikel

In de minor Zorgtechnologie 2015-2016 werkten 33 studenten in cross-disciplinaire innovatieteams samen aan het onderzoeken en ontwerpen van zorginnovaties volgens de ZorgTechnologie-aanpak. Gedurende 20 weken werden bestaande zorgproducten, zorgprocessen, zorgverleners en zorgprofessionals onderzocht en geïnterviewd en werden nieuwe zorginnovaties voor praktijkproblemen gegenereerd. De geluids- en lichtprikkels op de kinder Intensive Care Unit van het Erasmus MC-Sophia werd onderzocht, er werd een prototype van een Sensorschoen gemaakt ter preventie van wondvorming bij diabetici en er werd onderzocht aan welke specifiek eisen de SmartScope moet voldoen voor de Nederlandse markt en gebruiker.

Zorginnovatie met Technologie

De onderzoekslijn Zorginnovatie met Technologie (kort Zorgtechnologie), van Kenniscentrum Zorginnovatie van Hogeschool Rotterdam, vormt een dwarsverbinding voor de andere drie onderzoekslijnen; Zelfmanagement & Participatie, Samenhang in de Zorg en Evidence-Based Care. Zorgtechnologie omvat het innovatieperspectief en door zorgtechnologie in te zetten kan meer rendement gerealiseerd worden; zowel sociaal, technisch als economisch. Dit leidt tot betere zorg in alle zorgdomeinen, van preventie, cure en care en voor zowel zorgprofessionals, zorgverleners als zorggebruikers.

 

Het doel van de onderzoekslijn Zorgtechnologie is om de kwaliteit van de zorg te verbeteren en de kosten te beheersen zodat de zorg betaalbaar blijft. Hierbij omvat ‘kwaliteit’ zes dimensies: effectiviteit, tijdigheid, efficiëntie, (patiënt)veiligheid, toegankelijkheid en doelgroepgerichtheid. Dit doel wordt bereikt door kennis voor de ontwikkeling, de productie of het gebruik van zorginnovaties te verkrijgen middels praktijkgericht onderzoek en deze kennis en inzichten toe te passen in de beroepspraktijk. Daarnaast is het doel om het leven gezonder, aangenamer en leuker te maken middels zorginnovaties.

 

Zorgtechnologie resulteert dus in zorginnovaties die van belang zijn bij preventie, diagnose, behandeling (genezing), nazorg en langdurige zorg. Zorginnovaties omvatten fysieke producten; zowel hightech-producten (zoals hart-longmachines of zorgrobots) als  eenvoudige lowtech-producten (zoals een rollator of een 3D geprinte armspalk). Zorginnovaties omvatten tevens diensten (zoals online consulten, gemaksapps voor herhaal- recepten of herinneringsservices) en procedures (zoals richtlijnen en checklists).

 

Het is belangrijk dat de ontwikkelde zorginnovaties voorzien in een behoefte of wens van de gebruiker en dat ze te gebruiken zijn in de gebruikscontext. Ze dragen ertoe bij dat gebruikers hun activiteiten zo veilig, effectief en efficiënt mogelijk kunnen uitvoeren en ontlast worden van onnodige taken. De gebruikers van zorginnovaties bestaan uit de zorggebruikers (patiënten, cliënten), de formele zorgprofessionals (zoals verpleegkundigen, ergotherapeuten, fysiotherapeuten, artsen en chirurgen) en de informele zorgverleners (zoals mantelzorgers).

Cross-disciplinaire systeem aanpak

Innoveren vraagt om wijziging van gedrag, cultuur, bestaande organisatiestructuren en technische voorzieningen. Doordat de zorg op verschillende locaties plaatsvindt en door verschillende zorgverleners en zorgprofessionals verleend wordt, is een cross-disciplinaire aanpak noodzakelijk om zorginnovaties te creëren. Om te zorgen dat zorginnovaties succesvol zijn, moet ook het gehele systeem waarin de zorginnovatie opereert (de gebruikscontext) in acht worden genomen: dit vereist dus een systeembenadering. Hiervoor moeten dus patiënten, cliënten, zorgaanbieders, patiëntenorganisaties, verzekeraars, kennisinstellingen, onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven zich gezamenlijk inzetten om meerwaarde voor de zorginnovatie te creëren, deze te implementeren, aan te passen en adoptie te faciliteren (zie Figuur 1).

Figuur 1. Het Cross-disciplinair innovatieteam binnen de gebruikscontext

Zorgtechnologie & Onderwijs

In september 2015 startte de minor Zorgtechnologie. In de minor werkte 33 studenten in cross-disciplinaire innovatieteams samen aan het onderzoeken en ontwerpen van zorginnovaties volgens de ZoT-aanpak (ZorgTechnologie-aanpak; zie Figuur 2). Gedurende 20 weken werden bestaande zorgproducten, zorgprocessen, zorgverleners en zorgprofessionals onderzocht en geïnterviewd en werden nieuwe zorginnovaties voor praktijkproblemen gegenereerd.

 

Hieronder presenteren we een drietal voorbeelden van projecten uitgevoerd in samenwerking met bedrijven, zorginstellingen, Kenniscentrum Zorginnovatie en studenten en docenten van verschillende opleidingen (waaronder Verpleegkunde, Mens en Techniek - Gezondheidszorg Technologie, Industrieel Product Ontwerpen, Ergotherapie, Fysiotherapie en Medische Hulpverlening).

Figuur 2. ZorgTechnologie-aanpak (ZoT-aanpak)

Project 1: Healing environment – prikkels

Patiënten op een Intensive Care Unit (ICU) worden constant blootgesteld aan verschillende prikkels, waaronder licht en geluid van zowel apparatuur, alarmen, als gesprekken van personeel en bezoekers. Deze prikkels kunnen stress veroorzaken, verstoring van de hormoonspiegels en kunnen leiden tot slaaptekort en delier (acute verwardheid).

 

Doel van het project ‘Healing environment – prikkels’ was:

1)     exploreren welke en hoeveel licht- en geluidsprikkels op de kinder ICU aanwezig zijn

2)     exploreren hoe deze prikkels verminderd kunnen worden om bij te dragen aan een healing environment voor de kinder ICU om daarmee het herstel van jonge patiënten te verbeteren

 

Er werden in totaal gedurende twee weken geluidsmetingen en lichtmetingen uitgevoerd op drie units van de kinder ICU. De geluidsmeter werd midden in de ICU geplaatst en de data werd uitgelezen met een sound level meter data logger (zie Figuur 3). De lichtsensor werd opgehangen op de pendel naast elk bed en de data werd uitgelezen met HOBOware. De piekmomenten werden geanalyseerd en de oorsprong van de geluiden werd achterhaald.

 

De resultaten toonden aan dat het gemeten geluidsniveau vrijwel constant te hoog was vergeleken met de richtlijn van de World Health Organization (WHO), De WHO beveelt een gemiddeld geluidsniveau van maximaal 35 dB overdag en 30 dB ’s nachts aan. De gemiddelde geluidsniveaus gemeten bedroegen in unit 1 (leeg): 30,5 dB, in unit 2: 35 dB, en in unit 3: 54 dB. De lege ICU (unit 1) leverde gemiddeld dus al een te hoog geluidsniveau op. Uit observaties op één van de ICU’s bleek dat met name de volgende aspecten het geluidsniveau het vaakst beïnvloedden: communicatie onder personeel 48-61 dB, alcohol en zeeppompjes 57 dB, alarmen 55-65 dB en het sissend geluid van de zuurstof 40-45 dB.

 

Als oplossingen voor reductie van de geluidsprikkels werden aangedragen: voorkomen van onnodig gesprekken dichtbij het kind en spreken voeren met een lager volume, smeren van piepende mechanische objecten (waaronder de prullenbak, alcoholdispenser en stoelen), een protocol voor stiller handelen tijdens ‘licht uit’, geluid van de alarmen zachter zetten of een vertraging in het alarm bij korte piekmomenten en aparte boxen voor de patiënten.

 

De gemeten lichtintensiteit liet zien dat de standaard lichtintensiteit voor ziekenhuizen op bedhoogte van minimaal 300 lux alleen in hoge piekmomenten (max 340 lux) bereikt werd.

 

Als oplossingen voor verbetering van de lichtintensiteit werden aangedragen: Full spectrum TL-lampen,  Philips Healwell en TLV healthcare sealed lightings.

 

Verder onderzoek en ontwerp zal worden uitgevoerd om deze oplossingen in de praktijk te testen. Met name voor de lichtintensiteit moet verder onderzoek gedaan worden specifiek voor de kinder ICU context. Op de kinder ICU moet er namelijk tijdens handelingen van de zorgprofessionals voldoende licht zijn, maar tussendoor wordt er door zeer zieke kinderen vaak geslapen of worden de kinderen zelfs in slaap gehouden en dan moet het dus zo donker mogelijk zijn.

 

Met dank aan: Dräger, Erasmus MC-Sophia en Hogeschool Rotterdam studenten Mike Laurens, Nafisa Yusuf, Wesley Ketting, Denise Eekhof

Figuur 3. Geluidsmeter in de zaal en lichtmeter naast het bed

Project 2: Sensorschoen

Diabetes patiënten hebben vaak last van slechte doorbloeding en verlies van gevoel in de voet (neuropathie). Hierdoor worden zweren en wondvorming niet opgemerkt en kunnen ernstige complicaties optreden. Slechte wondgenezing heeft soms zelfs amputatie van tenen of voet als gevolg.

 

Doel van het project ‘Sensorschoen’ was het ontwerpen van een prototype van een product ter preventie van wondvorming bij diabetici met neuropathische voeten.

 

Er is literatuuronderzoek gedaan naar de oorzaak van voetproblemen en er is een marktonderzoek gedaan naar bestaande preventie producten en naar bruikbare type sensoren. Tevens zijn interviews met verschillende zorgprofessionals gehouden om meer inzicht te krijgen in diabetische voeten in de praktijk en inzicht te krijgen op welke drukplekken meestal wonden ontstaan op de voet. Tenslotte zijn er meerdere prototypes gemaakt en getest op technische bruikbaarheid.

 

Het literatuuronderzoek en de interviews toonden aan dat druk, vocht en temperatuur potentiele geschikte parameters zijn waarmee het ontstaan van wondvorming geregistreerd kan worden. Ook kan verschil in temperatuur en vochtigheid tussen de beide voeten een indicatie zijn voor wondvorming. De meest waarschijnlijke drukplekken waar wonden ontstaan op de voet betreffen: de Hallux (onder de hiel), Digitus 1 (onder de teen) en Metatarsophalangeal (MTP) gewricht 1 en 5 (gewrichten op de bal van de voet).

 

In totaal zijn er 3 prototypes gemaakt (zie Figuur 4). Het laatste prototype is getest met vijf gezonde studenten (één vrouw en vier mannen) met een leeftijd tussen 20 en 28 jaar en een body mass index tussen 22 en 28. De gekozen druksensoren bleken bruikbaar, maar het is nog onduidelijk welke waarden een indicatie zijn voor wondvorming.

 

Bij dit experiment zijn ook de temperatuur en vochtigheid gemeten gedurende 30 minuten op vier verschillende plekken van de linker voet. De temperatuur steeg geleidelijk tijdens het lopen. Gemeten op positie MTP1 was de laagst geregistreerde begin temperatuur 22°C en de hoogst geregistreerde temperatuur na 30 minuten 31°C. In tegenstelling tot de temperatuur bereikte de vochtigheid de hoogste waarde veel te snel. De vochtsensor bleek te snel verzadigd (meer dan 95% vochtigheid).

 

Dit project toonde aan dat er verschillen in temperatuur bij de voeten (van gezonde studenten) te meten zijn op ongeveer 2°C nauwkeurig. Het prototype bleek bruikbaar qua temperatuur- en druksensoren. Helaas waren de vochtsensoren niet bruikbaar. De volgende stap is het zoeken naar geschikte vochtsensoren en het verder ontwerpen van de schoen. Een prototype met nog meer druksensoren is nodig om goed te kunnen testen op diabetici. Ook moeten de sensoren volledig geintegreerd worden in de schoen zodat de gebruiker ze niet voelt zitten.

 

Met dank aan Care to Move, Diers en Hogeschool Rotterdam studenten Cora Buijk, Rik Snel, Edwin Babtiste, Jon de Vries, Quinten Wolff, Sebas Lacroix, Christiaan Dhondt, Eline Eindhoven.

Figuur 4. Verschillende versies van het prototype van de Sensorschoen en het gebruikersonderzoek

Project 3: SmartScope

Screenen van de fundus van het oog (achterkant van het oog) en controle op afwijkingen is belangrijk ter voorkoming van gezichtsverlies als gevolg van ziekten zoals diabetes mellitus. Wanneer de fundus periodiek wordt gecontroleerd, kunnen oogexperts oogproblemen eerder diagnosticeren en kan eerder ingegrepen worden.  Om oogziekte screening betaalbaar en voor iedereen toegankelijk te maken, heeft het Finse bedrijf Optomed Oy de SmartScope, ontwikkeld. De SmartScope is een modulaire draagbare fundus camera, die hoogresolutie beelden van het netvlies en het uitwendige oog maakt.

 

Doel van het ‘SmartScope’ project was onderzoeken aan welke specifiek eisen de SmartScope moet voldoen voor de Nederlandse markt en gebruiker.

 

Er werden verschillende onderzoeken uitgevoerd:

1) gebruikersonderzoek,

2) ergonomisch onderzoek (met de ergotherapie studenten met een schuim mock-up prototype om de ideale ergonomische houdingen en posities voor het gebruik van de SmartScope te bepalen) en

3) marktonderzoek (met opticiens/optometristen en huisartsen of zij de SmartScope zouden aanschaffen).

 

Op basis van de resultaten werd een definitief ontwerp en een prototype gemaakt.

 

Het gebruikersonderzoek en het marktonderzoek toonden aan dat er slechts een paar gebruikers van de SmartScope in Nederland zijn. Hoewel bijna alle oogartsen de voordelen van een draagbare fundus camera zagen, waren de meesten niet geneigd tot aankoop. Dit komt omdat de bestaande (niet draagbare) fundus camera voldoet en er geen noodzaak is voor portabiliteit. Vijf van de 17 optometristen gaven aan geïnteresseerd te zijn voor aankoop van een SmartScope, indien de volgende problemen opgelost werden: gemakkelijk beschadigen bij vallen, beter te kunnen focussen (auto-focus), nu niet ergonomisch vriendelijk, slechte integratie van de software en een ontbrekende batterij-indicator.

 

Op basis van het gebruikers-, ergonomisch en marktonderzoek werden nieuwe prototypes gemaakt en getest binnen de groep wat resulteerde in een eind-concept (zie Figuur 5).

 

Concluderend, heeft de SmartScope veel te bieden voor de Nederlandse markt, maar er zijn enkele belangrijke verbeterpunten nodig. De eerste her-ontwerpen zijn gemaakt en zijn gereed voor verder onderzoek.

 

Met dank aan Optomed Oy, Helsinki Metropolia University of Applied Sciences en Hogeschool Rotterdam studenten Abdu Abdirahman, Stefan Butter, Joy van Dalfsen, Dennis Doove, Joey Hanselman, Mik de Jong, Klaas-Jan Kranenburg, Marloes Lekx, Irene Meily, Chris Rog, Thijs Schutte, Anouk Vellekoop

Figuur 5. Voorbeeld van een eerste prototype en een prototype van het eind-concept

Continuering

Er is met veel enthousiasme gewerkt binnen de bovenstaande projecten. Het cross-disciplinaire karakter van het team zorgde voor diversiteit binnen de team waardoor men veel van elkaar kon leren en inspireerde tot nieuwe en verrassende ideeën. De samenwerking met de bedrijven en zorginstellingen verliep ook goed en komend jaar worden de projecten vervolgd in verschillende studenten projecten.

 

Ook dit jaar gaan we weer meerdere Zorgtechnologie projecten uitvoeren. Hiervoor zijn we altijd op zoek naar leuke, uitdagende en inspirerende problemen of uitdagingen die wij samen met u kunnen gaan onderzoeken en waarvoor we vervolgens gebruiks- en gebruikersvriendelijke zorginnovaties gaan ontwerpen.

 

Dus heeft u een uitdagende opdracht voor onze studenten op het gebied van zorg en technologie, neem dan contact met ons op (l.s.g.l.wauben@hr.nl). Wij hopen op een toekomstige samenwerking!

Toon alle referenties

Auteur